fbpx
Categorieën
Gezondheid Lifestyle

De studie Voeding en Diëtetiek met een eetstoornis

Eet iedereen van de studie Voeding en Diëtetiek gezond? Hoor je dat te doen tijdens de studie? Kan je Voeding en Diëtetiek doen met een eetstoornis(verleden)? Ik ben zelf student aan deze opleiding en heb zelf ook een eetstoornis gehad. Daarom ga ik zoveel mogelijk antwoord proberen de te geven op vragen rondom dit onderwerp.

books-bookstore-book-reading-159711.jpeg

Eet iedereen bij Voeding en Diëtetiek gezond?

Nee! Ik zie vaak genoeg mensen Bueno’s en muffins naar binnen werken tijdens de les. Ook alcohol word tijdens het uitgaan en in het weekend genoeg gedronken. Al een paar kleine voorbeeldjes dat echt niet iedereen altijd gezond eet.

Ik denk wel dat gemiddeld genomen wij vergeleken met andere studies gezonder eten en drinken. Bijna iedereen die deze studie kiest, is al geïnteresseerd in voeding. Veel daarvan zijn al langer bezig met gezond eten en sporten. Natuurlijk word je je ook bewuster van wat een gezondere leefstijl inhoudt. Hierdoor kan het zijn dat je eetstijl wat verandert.

Mijn eetstijl?

Ik doe nu een halfjaar deze studie. Hoe ik denk over eten is al aardig veranderd. Vroeger had ik anorexia, maar daar ben ik al een tijdje vanaf. Wel baseerde ik nog steeds ‘gezond’ en ‘ongezond’ op hoeveel calorieën er in product zaten. Nu realiseer ik me beter dat producten met veel calorieën ook gezond kunnen zijn. Denk aan noten, zaden en olijfolie.

Ook let ik nu meer op nutriënten en minder op alleen calorieën. Ik probeer elke dag genoeg vezels, eiwitten, groente en fruit binnen te krijgen. Vroeger was ik daar totaal niet mee bezig. Ik ben dus minder bang om te veel te eten, en zorg er juist voor dat ik genoeg eet en geen belangrijke stoffen mis.

Wees trouwens voorbereid als je aan deze studie begint. In het begin had ik constant honger en het blijkt dat meerdere studenten daar last van hebben. Je bent de hele dag over eten aan het praten. Niet zo gek dat je dan trek krijgt in van alles en nog wat. Dit is trouwens wel snel overgegaan.

pexels-photo-278303.jpeg

Voeding en Diëtetiek met een eetstoornis?

Er zijn voordelen en nadelen aan de studie Voeding en Diëtetiek terwijl je een eetstoornis hebt, of net nadat je het hebt gehad. Een voordeel is bijvoorbeeld dat je leert hoe slecht te weinig eten is. Misschien is daardoor de stap om weer meer te gaan eten kleiner.

Een nadeel is dat je leert welke producten veel calorieën bevatten. Dit kan je proces om ‘minder op calorieën te letten’ verslechteren, want ze zullen in je hoofd gaan zitten. Net zoals hoeveel vet ergens inzit. Dit ga en moet je leren.

Ook kunnen dingen die leraren zeggen of uitleggen triggerend zijn.

Denk ook niet dat je ongemerkt veel kunt afvallen tijdens deze studie. Docenten zijn zich bewust van het aantal mensen met een eetstoornisgeschiedenis en letten hier goed op. Ik heb van studiegenoten gehoord dat ze je op gesprek vragen als ze iets vermoeden. Daarnaast kun je, naar wat ik mij heb laten vertellen, weggestuurd worden als het te gevaarlijk voor je wordt.

Tips

  1. Kies deze studie niet voor jezelf, maar omdat je er later anderen mee wil helpen. Als je deze studie kiest om gezonder te worden of om meer af te vallen, ben je niet aan het juiste adres.
  2. Doe het alleen als je sterk in je schoenen staat en je weet dat je eetstoornis er niet van gaat opleven.
  3. Als je daar wel aan twijfelt, maar het echt wil, vraag hulp van een psycholoog. Het verschil echt per persoon of het kan of niet.
  4. Als je twijfelt of je het moet doen of niet, in verband met je eetstoornis: ga naar een deskundige of iemand van de opleiding zelf. Zij kunnen je helpen met wat in jouw geval het beste is om te doen.

Bekijk dit artikel voor een positieve en negatieve ervaring: https://www.proud2bme.nl/Proud2Live/Voeding_en_Dietetiek_met_eetstoornis

Disclaimer: ik ben geen diëtist of psycholoog. Dit is puur mijn ervaring en wat ik gehoord heb van andere studenten om me heen.

Categorieën
Producten Voeding

Verzadigde en onverzadigde vetten

Verzadigde en onverzadigde vetten. Het is best ingewikkeld. Wat inmiddels bekend is, is dat de onverzadigde vetten ‘goed’ zijn en de verzadigde vetten slecht. Dit is gedeeltelijk waar. Waarom dat zo is, leg ik je uit. Het is namelijk iets ingewikkelder dan dat.

vet1

Het verschil

Het verschil tussen verzadigde en onverzadigde vetten zit hem in de structuur. Een vetmolecuul bestaat uit een glycerolmolecuul en drie lange vetzuren. Als deze vetzuren recht zijn is het een verzadigd vet. Doordat de vetzuren zo recht zijn, kunnen de verschillende vetmoleculen gemakkelijk stapelen. Hierdoor wordt de structuur steviger. Producten die grotendeels bestaan uit verzadigde vetten zijn bijvoorbeeld boter en kokosolie. Deze producten zijn stevig en hard. Maar ook in volle zuivelproducten, vlees, koeken en snacks zit veel verzadigd vet. Onverzadigd vet is anders qua structuur. Dit vetmolecuul heeft een knik in de vetzuren. Ze kunnen minder gemakkelijk stapelen. Dit uit zich dan ook in producten zoals vloeibare smeerproducten (halvarine) en olijfolie. Maar ook noten en vis bevatten veel onverzadigde vetzuren.

Verzadigde vetten: goed of slecht?

Verzadigde vetten zijn in geen enkel opzicht goed voor de gezondheid. Het verhoogt het LDL-cholesterol gehalte, wat weer de kans op hart- en vaatziekten verhoogt. Daarom wordt er aangeraden om hier goed op te letten. Probeer zo min mogelijk verzadigde vetten te eten en in ieder geval minder dan 22 gram voor vrouwen en 28 gram voor mannen. Dit is het maximum.

Onverzadigde vetten: goed of slecht?

Dat onverzadigde vetten ook wel de ‘goede’ vetten genoemd worden, schept het idee dat deze vetten meer positieve gezondheidsvoordelen geven naarmate je er meer van eet. Dit is niet waar. Ook aan deze vetten zit een limiet. Een vrouw mag slechts 27 gram onverzadigde vetten en een man 33 gram. Maar onverzadigde vetten zijn niet slecht. Sterker nog, ze zijn van levensbelang. Een vrouw moet minimaal 7 gram per dag eten en een man 8 gram per dag. Onverzadigde vetten verlagen het LDL-cholesterol gehalte, wat de kans op hart- en vaatziekten vermindert. We hebben vet nodig om bepaalde vitaminen op te nemen en om cellen te bouwen. Het beschermt ons tegen ziektes en zorgt voor het behoud van goedwerkende spieren, hersenen en ogen. Vet geeft ons energie en beschermt het lichaam tegen kou.

Een veel te hoge inname van dit vet kan echter de kans op kanker vergroten. Ook moeten we het meest bekende gevaar van vet niet vergeten: overgewicht. Omdat vet veel energie (calorieën) geeft, wat opgeslagen wordt wanneer je het niet gebruikt, kom je aan wanneer je er te veel van binnenkrijgt.

vet2

Transvetten?

Dit is een redelijk onbekend soort vet. Het is een type onverzadigd vet, maar in tegenstelling tot de rest van de onverzadigde vetten is dit soort in geen enkel opzicht goed voor de gezondheid. Dit komt omdat de structuur net iets anders is. Transvet komt voor in melk, vlees, harde vetten, koek, snacks, en frituur- en braadvetten. Kies daarom zo min mogelijk van dit soort producten. Bijhouden hoeveel transvet je binnenkrijgt is lastig, omdat de hoeveelheid niet op producten staat aangegeven. Gelukkig is het gehalte transvet in producten door de producenten zo veel mogelijk aangepast. Hierdoor kom je met een gezond voedingspatroon niet zo snel aan de maximale 2 gram voor vrouwen en 3 gram voor mannen per dag.

Kort samengevat: verzadigd vet is slecht. Onverzadigd vet is goed, behalve als je er te veel van eet. Transvetten (een apart soort onverzadigd vet) zijn slecht.